De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van oplichting en gewoontewitwassen in de periode van april 2017 tot januari 2020. Verdachte stelde een eenmanszaak op zijn naam in, opende een zakelijke bankrekening en stelde zijn DigiD- en bankgegevens ter beschikking aan een medeverdachte, die valse zorgovereenkomsten en facturen indiende bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Hierdoor werd een bedrag van €57.663,75 onrechtmatig verkregen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de SVB zou worden opgelicht (voorwaardelijk opzet) en dat zijn bijdrage als katvanger van voldoende gewicht was om van medeplegen te spreken. Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte gewoontewitwassen pleegde door het ontvangen en beheren van geldbedragen afkomstig uit het misdrijf.
De strafrechtelijke beoordeling hield rekening met de ernst van de feiten, het misbruik van het PGB-systeem en het vertrouwen in de zorgfinanciering. Ondanks de ernst van de feiten legde de rechtbank een taakstraf van 100 uren op vanwege de forse overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat verdachte sinds aanhouding niet meer met justitie in aanraking was gekomen.
De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De taakstraf dient te worden uitgevoerd onder toezicht van Reclassering Nederland, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 13 juni 2025.