ECLI:NL:RBROT:2025:7190

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 juni 2025
Publicatiedatum
19 juni 2025
Zaaknummer
83/080335-22 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende onderbouwing

De rechtbank Rotterdam behandelde op 13 juni 2025 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €32.420,-, gebaseerd op advertentie-inkomsten van het YouTube-kanaal van de veroordeelde. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor het bezit en gebruik van illegaal en professioneel vuurwerk.

Tijdens de zittingen op 26 mei en 2 juni 2025 voerde de verdediging aan dat niet vaststaat dat alle video’s waarin inkomsten werden gegenereerd strafbare feiten bevatten, en dat de veroordeelde ook kosten had gemaakt die niet in het ontnemingsrapport waren verwerkt. Tevens werd gesteld dat professioneel vuurwerk op buitenlandse locaties werd afgestoken, waar dit toegestaan is.

De rechtbank oordeelde dat het ontnemingsrapport onvoldoende onderbouwing biedt om het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen. Er is onduidelijkheid over welke video’s opbrengsten genereerden en of deze strafbare feiten bevatten. Ook ontbreken aftrekposten voor gemaakte kosten. Hierdoor kon geen betrouwbare schatting worden gemaakt.

De rechtbank concludeerde dat hoewel aannemelijk is dat de veroordeelde enig voordeel heeft genoten, het bedrag niet kan worden vastgesteld en wees daarom de vordering tot ontneming af.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 83/080335-22 (ontneming)
Datum uitspraak: 13 juni 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres],
raadslieden mrs. P.W. Szymkowiak en S.N.M. Lousberg, advocaten te Maastricht.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 26 mei 2025 en 2 juni 2025, gelijktijdig met het onderzoek van de strafzaak.

2.Voorafgaande veroordeling

Bij vonnis van deze rechtbank van 13 juni 2025 is [veroordeelde] (hierna: de veroordeelde) veroordeeld voor het voorhanden hebben en opslaan van illegaal vuurwerk in de schuur bij zijn woning, het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk en (poging tot) het uitlokken van diverse personen tot het binnen het grondgebied van Nederland brengen en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. De veroordeelde is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren. [1] Dit vonnis is niet onherroepelijk.

3.Vordering van het Openbaar Ministerie

De vordering van de officieren van justitie mrs. S.M. van der Kallen en K. Broere strekt tot:
- het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op een bedrag van € 32.420,-;
- het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van € 32.420,- ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel.
De vordering is gebaseerd op artikel 36e, tweede lid, Sr. Volgens de officier van justitie is sprake van voordeel verkregen door middel van of uit de baten van de strafbare feiten waarvoor de veroordeelde is veroordeeld.
De officieren van justitie hebben de bovengenoemde schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op de berekening in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel [2] (hierna: het ontnemingsrapport). Deze berekening is gebaseerd op de advertentie-inkomsten die de veroordeelde volgens Google Analytics in verband met zijn YouTube-kanaal [naam youtubekanaal] in de periode 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018 zou hebben ontvangen. Deze advertentie-inkomsten zijn volgens de officieren van justitie door middel van door de verdachte begane strafbare feiten verkregen.

4.Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen. Daartoe is aangevoerd dat op basis van het ontnemingsrapport en het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat in alle YouTube-video’s waar de veroordeelde opbrengsten uit heeft ontvangen, sprake was een strafbaar feit. Daarnaast is het nog maar de vraag of de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten uit video’s waarin hij professioneel vuurwerk afsteekt, nu de veroordeelde dit vuurwerk steeds heeft afgestoken op locaties in het buitenland, waar dit is toegestaan. Ook gaat het ontnemingsrapport er van uit dat geen sprake is van aftrekbare kosten, terwijl de veroordeelde aannemelijk heeft gemaakt dat er wel degelijk kosten zijn gemaakt. Zo heeft hij belasting betaald en heeft hij kosten gemaakt voor managers, accountants, aanschaf van vuurwerk en vervoer.

5.Beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank ziet in het ontnemingsrapport onvoldoende grond om te kunnen vaststellen of de veroordeelde daadwerkelijk voordeel heeft genoten en - zo ja - hoe veel dat voordeel dan bedraagt.
Daarbij acht de rechtbank in de eerste plaats van belang dat het totaal berekende bedrag is gebaseerd op een aantal uitgangspunten in het ontnemingsrapport waarvan niet kan worden vastgesteld of deze juist zijn. De rechtbank wijst onder meer op het volgende.
Het ontnemingsrapport gaat uit van de opbrengstgegevens van Google Analystics in de periode van 1 januari 2016 t/m 31 december 2018. Niet valt te herleiden welke video’s opbrengsten hebben gegenereerd en onduidelijk is of op al deze 4366 video’s strafbare feiten te zien zijn en dus of met de advertentie-inkomsten uit deze video’s voordeel door middel van strafbare feiten is gegenereerd.
Daarnaast wordt in het ontnemingsrapport gesteld dat er geen aftrekbare kosten zijn. Gezien het dossier en de verklaring van de verdachte op de terechtzitting is echter aannemelijk dat de verdachte wel kosten heeft gemaakt. De hoogte van deze kosten kan nu niet worden vastgesteld.
Hoewel aannemelijk is dat de veroordeelde enig wederrechtelijk voordeel zal hebben genoten door het maken en openbaar maken van video’s met illegaal / professioneel vuurwerk, kan de rechtbank op basis van het ontnemingsrapport niet vaststellen hoe groot dit bedrag is. Hiervoor bevat het ontnemingsrapport teveel onzekerheden en ongefundeerde aannames. De rechtbank acht zich op basis van het voorgaande ook niet in staat om een schatting te maken van het mogelijk genoten wederrechtelijk voordeel. Dit betekent dat de rechtbank de vordering van de officier van justitie zal afwijzen.

11.Beslissing

De rechtbank:
wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mrs. J.J. Klomp en P. Uijtdewillegen, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.H. Karakus en R.E. Kroon, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 13 juni 2025.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Dit vonnis is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.
2.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van politie met documentcode R-001 (bijlage bij het zaaksdossier Kolblei).