ECLI:NL:RBROT:2025:7190
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende onderbouwing
De rechtbank Rotterdam behandelde op 13 juni 2025 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €32.420,-, gebaseerd op advertentie-inkomsten van het YouTube-kanaal van de veroordeelde. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor het bezit en gebruik van illegaal en professioneel vuurwerk.
Tijdens de zittingen op 26 mei en 2 juni 2025 voerde de verdediging aan dat niet vaststaat dat alle video’s waarin inkomsten werden gegenereerd strafbare feiten bevatten, en dat de veroordeelde ook kosten had gemaakt die niet in het ontnemingsrapport waren verwerkt. Tevens werd gesteld dat professioneel vuurwerk op buitenlandse locaties werd afgestoken, waar dit toegestaan is.
De rechtbank oordeelde dat het ontnemingsrapport onvoldoende onderbouwing biedt om het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen. Er is onduidelijkheid over welke video’s opbrengsten genereerden en of deze strafbare feiten bevatten. Ook ontbreken aftrekposten voor gemaakte kosten. Hierdoor kon geen betrouwbare schatting worden gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat hoewel aannemelijk is dat de veroordeelde enig voordeel heeft genoten, het bedrag niet kan worden vastgesteld en wees daarom de vordering tot ontneming af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs.