Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 maart 2024, met producties 1 tot en met 18;
- de akte eisvermeerdering en overleggen productie van [eiser] , met producties 19 en 20;
- de conclusie van antwoord van 6 november 2024;
- producties 1 tot en met 4 van [gedaagde] ;
- de akte overleggen producties van [eiser] , met producties 21 en 22;
- de spreekaantekeningen van partijen voor de mondelinge behandeling op 20 maart 2025.
2.Waar gaat de zaak over?
3.De feiten
Als je voor deze lekkage vandaag niemand stuurt, bel ik een ander bedrijf. Dit moet dringend aangepakt woorden. Maar het is op jouw kosten.”
Prima, je neemt mijn telefoontjes niet op en beantwoordt mijn sms’jes niet. Ik stuur de loodgieter erheen, hoe hoog dan ook de kosten mogen zijn, ze zijn voor jouw rekening. Ik laat de factuur rechtstreeks naar jouw bedrijf sturen.”
“We vervangen de verdeler nu zeker. Je hebt een kapot apparaat
4.Het geschil
[eiser] een bedrag van € 3.161,20, vermeerderd met nog te maken kosten voor de beslagen (de beslagkosten). Tot slot vordert [eiser] veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente over de proceskosten, expertisekosten, incassokosten en beslagkosten, indien deze bedragen niet worden betaald binnen veertien dagen na het vonnis.
5.De beoordeling
Uitgangspunten voor de beoordeling van de vordering tot betaling van de hoofdsom
€ 3.161,20. [eiser] heeft namelijk voldoende onderbouwd dat hij € 3.161,20 aan kosten heeft gemaakt in verband met het leggen van de beslagen. Onderdeel van dat bedrag is ook het door [eiser] betaalde griffierecht ter hoogte van € 320,00 voor het indienen van het beslagrekest. Dit laatste bedrag zal hierna onder 5.19 onder de post “griffierecht” worden begrepen en op het door [eiser] gevorderde bedrag aan beslagkosten in mindering wordt gebracht. De door [eiser] gevorderde “nog te maken kosten" kunnen niet worden begroot en zullen dan ook worden afgewezen.
€ 178,00(plus de eventuele verhoging zoals vermeld in
de beslissing)