Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
12 juni 2025
Rechtbank Rotterdam
De heer verzoeker bevond zich in een problematische schuldensituatie en verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank beoordeelde dat verzoek en stelde vast dat verzoeker te goeder trouw was, ondanks een schuld die niet te goeder trouw onbetaald was gelaten.
Op grond van de hardheidsclausule werd het verzoek toch toegewezen omdat verzoeker sinds januari 2024 onder beschermingsbewind staat en sindsdien geen nieuwe schulden heeft gemaakt. De rechtbank achtte verzoeker saneringsgezind en verwacht dat hij aan de WSNP-verplichtingen zal voldoen.
Verder werd de ingangsdatum van de WSNP met twee maanden vervroegd naar 12 april 2025, omdat verzoeker in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject voldoende inspanningen had verricht en een bedrag had gespaard dat gelijkstaat aan twee maanden aflossing. De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder en legde de voorwaarden van het traject uit.
Uitkomst: Verzoek tot toelating WSNP toegewezen met ingangsdatum twee maanden eerder vastgesteld.