Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
12 juni 2025
1.De procedure
2.De beoordeling van het verzoek
De toelating
3.De beslissing
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam 1] , [handelsnaam 2] , [handelsnaam 3] ;
Rechtbank Rotterdam
De heer verzoeker heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) wegens problematische schulden. De rechtbank beoordeelt of hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden en of hij aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
Hoewel een deel van de schulden is ontstaan binnen drie jaar en niet te goeder trouw is ontstaan, wordt op grond van de hardheidsclausule het verzoek toch toegewezen. De heer verzoeker heeft zijn onderneming per 1 april 2023 beëindigd en toont een serieuze en saneringsgezinde houding. De rechtbank vertrouwt erop dat hij de verplichtingen uit de WSNP zal nakomen.
Verder verzoekt verzoeker om een eerdere ingangsdatum van de WSNP acht maanden voor het vonnis. De rechtbank stelt vast dat ondanks beslag op inkomsten gedurende zeven maanden, dit niet aan verzoeker kan worden toegerekend en dat aan de inspanningsverplichting is voldaan. Daarom wordt de ingangsdatum vastgesteld op 22 november 2024.
De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en een bewindvoerder die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen. De regeling duurt tot 22 mei 2026 en de bewindvoerder mag een voorschot op vergoeding nemen. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek tot toelating WSNP toegewezen met toepassing hardheidsclausule en ingangsdatum 22 november 2024.