Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw N. Eckhardt, werkzaam bij CKN Bewindvoering (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet om SVB Aruba te bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling. SVB Aruba, schuldeiser met een vordering van 19,3% van de totale schuldenlast, weigerde instemming vanwege verrekening van een vordering uit onverschuldigde betalingen op grond van artikel 307 Fw Pro.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het verzoek ondanks het buitenlandse karakter van SVB Aruba. Artikel 307 Fw Pro ziet slechts op verrekening van vorderingen en schulden ontstaan vóór de schuldsaneringsregeling en niet op toekomstige vorderingen zoals ouderdomspensioen. SVB Aruba had geen beroep gedaan op verrekening met toekomstige betalingen.
De rechtbank stelde vast dat twaalf van de dertien schuldeisers instemden met de regeling, die gebaseerd is op de NVVK-norm en een maximale afloscapaciteit van verzoekster weerspiegelt. Verzoekster heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en beschikt niet over ander inkomen. De regeling biedt een beter resultaat dan een wettelijke schuldsaneringsregeling.
Daarom woog de rechtbank de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers zwaarder dan die van SVB Aruba en wees het verzoek toe. SVB Aruba werd veroordeeld in de proceskosten en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
Uitkomst: SVB Aruba wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.