Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat);
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Stichting Woonstad Rotterdam, gevestigd te Rotterdam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om uitvoering van een ontruimingsvonnis te voorkomen. De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie omdat ontruiming dreigt op basis van een eerder vonnis en exploot.
Hoewel het doel van het moratorium is om schuldenaren een adempauze te bieden om schuldregelingen te treffen, is onvoldoende aannemelijk dat verzoeker de lopende huurtermijnen zal voldoen. De huur van mei en juni 2025 is niet betaald, ondanks toezeggingen.
De rechtbank weegt het belang van de verhuurder zwaarder dan dat van verzoeker en wijst het moratoriumverzoek af. Tevens verklaart zij verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, met de mogelijkheid om later een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek om een moratorium wordt afgewezen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.