ECLI:NL:RBROT:2025:7320
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieverzoek voor betaalde schulden op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres, aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht de minister van Financiën om compensatie voor betaalde schulden aan EDR en ABN AMRO op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister wees dit verzoek af omdat onvoldoende informatie was verstrekt om de schulden te beoordelen.
Eiseres stelde dat de beschikbare informatie voldoende was om de schulden te beoordelen. De rechtbank oordeelde echter dat de stukken over de schuld aan EDR niet overtuigend waren, omdat de aanmaning aan een andere naam was gericht en de betaling vanaf een onbekend bankrekeningnummer was gedaan. Voor de schuld aan ABN AMRO ontbrak bewijs van betalingsachterstand.
De gemachtigde van eiseres bood aan nader bewijs te leveren, maar de rechtbank wees dit af vanwege eerdere ruime gelegenheid tot onderbouwing. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar compensatieverzoek wordt ongegrond verklaard.