ECLI:NL:RBROT:2025:7363

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
24 juni 2025
Zaaknummer
FT RK 24/1776
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid maximale afloscapaciteit

Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om één schuldeiser, Autohopper Fleet B.V., te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling voorziet in een betaling van 8,65% aan preferente en 4,33% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op een saneringskrediet gefinancierd vanuit een uitkering.

Ter zitting verklaarde verzoekster dat zij inmiddels een betaalde dienstbetrekking heeft gevonden van 24 tot 28 uur per week, met mogelijke uitbreiding naar 28 tot 32 uur. Schuldhulpverlening was hiervan niet op de hoogte. De schuldeiser Autohopper Fleet weigert in te stemmen vanwege een vordering van €7.167,34 en stelt dat de vernieling van een auto moedwillig door verzoekster is veroorzaakt.

De rechtbank oordeelt dat Autohopper Fleet in redelijkheid kan weigeren omdat haar vordering een aanzienlijk deel van de totale schuld vormt en het voorstel gebaseerd is op een lagere afloscapaciteit dan feitelijk aanwezig lijkt. Verzoekster heeft geen medische stukken overgelegd die arbeidsongeschiktheid aantonen, waardoor de rechtbank niet kan vaststellen dat haar afloscapaciteit blijvend gelijk blijft. De belangen van de schuldeiser wegen zwaarder dan die van verzoekster en overige schuldeisers.

Daarom wordt het verzoek tot gedwongen schuldregeling afgewezen. Het verweer van Autohopper Fleet behoeft geen verdere bespreking. De rechtbank zal in een aparte beslissing het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling behandelen.

Uitkomst: Verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid dat het aanbod het maximale is.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [rekestnummer]
uitspraakdatum: 2 april 2025
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [adres]
[postcode] [plaats] ,
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 9 december 2024, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten:
- Autohopper Fleet B.V., in behandeling bij Collect4U, hierna te noemen: Autohopper Fleet,
die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 26 maart 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • mevrouw P.S. Kootstra, werkzaam bij Geldplein Rotterdam (hierna te noemen: schuldhulpverlening);
  • mevrouw M. Baaij-Kok, werkzaam bij Taurus Bewind (hierna te noemen: beschermingsbewindvoerder).
De schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift zeventien schuldeisers, waarvan één preferente en zestien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 24.582,15 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van
12 september 2024 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 8,65% aan de preferente schuldeisers en 4,33% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op de inkomsten van verzoekster uit uitkering. Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat zij inmiddels een betaalde dienstbetrekking heeft gevonden van 24 tot 28 uur per week als verkoopmedewerkster. Een collega heeft haar dienstbetrekking opgezegd. Verzoekster verwacht dat zij na vertrek van deze collega haar uren verder uit kan breiden tot 28 tot 32 uur per week. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat het goed met haar gaat. Met betrekking tot de vordering van Autohopper Fleet heeft verzoekster ter zitting verklaard dat haar ex-partner de vernieling heeft veroorzaakt. Er heeft inmiddels een strafrechtelijke zitting plaatsgevonden. De ex-partner is vrijgesproken, omdat verzoekster niet kon bewijzen dat haar ex-partner de auto heeft vernield. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat zij niet wist dat verzoekster inmiddels een betaalde dienstbetrekking heeft gevonden. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting meegedeeld dat de financiële situatie van verzoekster sinds korte tijd stabiel is. Verzoekster heeft geruime tijd geen inkomen gehad waardoor het lastig was het budgetplan kloppend te maken, maar dat is nu niet meer aan de orde.
Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar beschermingsbewindvoerder voldaan.
Zestien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Autohopper Fleet stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 7.167,34 op verzoekster.

3.Het verweer

In de contacten met schuldhulpverlening heeft Autohopper Fleet aangegeven dat het gaat om moedwillige vernieling. Verzoekster heeft in de gehuurde auto ruzie gekregen, waarbij het dashboard en het navigatiesysteem zijn vernield. Verzoekster is verantwoordelijk voor de vernieling en moet de kosten betalen.
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Autohopper Fleet geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid standpunten ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Autohopper Fleet bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Autohopper Fleet in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vordering van Autohopper Fleet een aanzienlijk aandeel vormt in de totale schuldenlast (te weten 29,2 % daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Autohopper Fleet in redelijkheid niet kon weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Het aanbod betreft een saneringskrediet gebaseerd op de inkomsten van verzoekster uit hoofde van een uitkering. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster inmiddels een betaalde dienstbetrekking heeft gevonden van 24 tot 28 uur per week, welke uren waarschijnlijk kunnen worden uitgebreid naar 28 tot 32 uur per week na vertrek van een collega van verzoekster. Schuldhulpverlening was niet op de hoogte van de inkomsten uit arbeid. Daarnaast is uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is onvoldoende duidelijk geworden dat verzoekster niet in staat zou zijn om (minimaal) 36 uur per week te werken. Verzoekster heeft geen medische stukken overgelegd, waaruit blijkt dat zij arbeidsongeschikt is. De rechtbank kan dus niet zonder meer vaststellen dat de huidige afloscapaciteit van verzoekster blijvend is.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Autohopper Fleet als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoekster of de overige schuldeisers. Het verzoek om Autohopper Fleet te bevelen in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen. Gelet op het vorenstaande kan het verweer van Autohopper Fleet verder onbesproken blijven.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.