Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om één schuldeiser, Autohopper Fleet B.V., te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling voorziet in een betaling van 8,65% aan preferente en 4,33% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op een saneringskrediet gefinancierd vanuit een uitkering.
Ter zitting verklaarde verzoekster dat zij inmiddels een betaalde dienstbetrekking heeft gevonden van 24 tot 28 uur per week, met mogelijke uitbreiding naar 28 tot 32 uur. Schuldhulpverlening was hiervan niet op de hoogte. De schuldeiser Autohopper Fleet weigert in te stemmen vanwege een vordering van €7.167,34 en stelt dat de vernieling van een auto moedwillig door verzoekster is veroorzaakt.
De rechtbank oordeelt dat Autohopper Fleet in redelijkheid kan weigeren omdat haar vordering een aanzienlijk deel van de totale schuld vormt en het voorstel gebaseerd is op een lagere afloscapaciteit dan feitelijk aanwezig lijkt. Verzoekster heeft geen medische stukken overgelegd die arbeidsongeschiktheid aantonen, waardoor de rechtbank niet kan vaststellen dat haar afloscapaciteit blijvend gelijk blijft. De belangen van de schuldeiser wegen zwaarder dan die van verzoekster en overige schuldeisers.
Daarom wordt het verzoek tot gedwongen schuldregeling afgewezen. Het verweer van Autohopper Fleet behoeft geen verdere bespreking. De rechtbank zal in een aparte beslissing het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling behandelen.