Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan negentien schuldeisers, waarbij een preferente en achttien concurrente schuldeisers betrokken zijn met een totale vordering van €218.083,02. Het voorstel voorziet in een betaling van 0,80% aan de preferente en 0,40% aan de concurrente schuldeisers. Achttien schuldeisers stemden in, maar één schuldeiser, met een vordering van €15.608,56 (7,16% van de totale schuld), weigerde.
De schuldeiser stelde dat het aanbod niet het maximaal haalbare was en dat een wettelijke schuldsaneringsregeling betere waarborgen bood. Verzoeker heeft een turbulente periode doorgemaakt, is dakloos geweest, kampt met medische klachten, maar werkt inmiddels vier dagen per week als conciërge en wordt begeleid door schuldhulpverlening en een beschermingsbewindvoerder.
De rechtbank oordeelt dat het voorstel door een onafhankelijke partij is getoetst en goed gedocumenteerd is. Verzoeker heeft zich maximaal ingespannen en de vooruitzichten zijn gunstig. De belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers wegen zwaarder dan die van de schuldeiser die weigert. Daarom wordt het dwangakkoord toegewezen en het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsanering afgewezen.