Eiseres, actief in de productie van computers en randapparatuur, maakte bezwaar tegen een correctie van de minister op haar S&O-verklaring over 2017, waarbij een aanzienlijke vermindering van de afdrachtvermindering werd opgelegd en een bestuurlijke boete van €1.200,-. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen het besluit van 11 november 2022, waarin de minister het bezwaar gedeeltelijk had gehonoreerd en een aanvullende S&O-verklaring had verstrekt.
De kern van het geschil betrof de vraag of de licentiekosten voor de software Exensio Yield uitsluitend dienstbaar waren aan het speur- en ontwikkelingswerk (S&O). Eiseres voerde aan dat zij door een gedetailleerde gebruikersregistratie en kostenverdeling aannemelijk had gemaakt dat een deel van deze licentiekosten aan S&O kon worden toegerekend. De rechtbank volgde eiseres en oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom deze kosten niet uitsluitend dienstbaar zouden zijn aan S&O, mede gelet op de relevante passages uit de Handleiding WBSO 2018.
Daarnaast constateerde de rechtbank een overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep, wat aanleiding gaf tot toekenning van een immateriële schadevergoeding van €1.500,-. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.