ECLI:NL:RBROT:2025:7559

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
26 juni 2025
Zaaknummer
C/10/698795 / HA ZA 25-369
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 lid 3 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen vonnis op tegenspraak wegens verstek van gedaagde

In deze civiele procedure heeft de gedaagde verzet ingesteld tegen een eerder vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 maart 2024, waarin hij verstek had laten gaan terwijl de andere gedaagde wel was verschenen. Volgens artikel 140 lid 3 Rv Pro wordt een vonnis gewezen bij verstek tegen de niet-verschijnende partij aangemerkt als een vonnis op tegenspraak.

De rechtbank overweegt dat tegen een dergelijk vonnis geen verzet mogelijk is, maar dat alleen hoger beroep openstaat. Daarom verklaart de rechtbank de gedaagde niet-ontvankelijk in zijn verzet. De gedaagde is hierover vooraf geïnformeerd en heeft zich bij het oordeel van de rechtbank neergelegd.

De rechtbank veroordeelt de gedaagde in de proceskosten van de eiser, Link Engineers Bouw B.V., maar stelt deze kosten op nihil omdat in de verzetprocedure geen proceshandelingen zijn verricht die voor vergoeding in aanmerking komen. Het vonnis is op 28 mei 2025 gewezen door rechter Th. Veling en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De gedaagde wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzet tegen het vonnis op tegenspraak en veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/698795 / HA ZA 25-369
Vonnis in verzet van 28 mei 2025
in de zaak van
LINK ENGINEERS BOUW B.V.,
gevestigd te Woerden,
eiseres,
gedaagde in het verzet,
advocaat mr. E.M. Hetterscheidt te Utrecht,
tegen
[gedaagde],
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
gedaagde,
eiser in het verzet,
advocaat mr. P.A. Visser te Rotterdam.
Partijen zullen hierna Link en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de verzetdagvaarding van 9 april 2025, met producties;
  • de mail van de rechtbank aan partijen van 7 mei 2025;
  • de mail van mr. Visser van 16 mei 2025;
  • de mail van mr. Hetterscheidt van 20 mei 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[gedaagde] is in verzet gekomen tegen het vonnis van deze rechtbank van 27 maart 2024 met nummer 652775 / HA ZA 23-150. Dit vonnis is gewezen in het geschil tussen Link als eiseres en Svea Finans Nederland B.V. (hierna: Svea) en [gedaagde] als gedaagden. In die procedure heeft [gedaagde] verstek laten gaan. Svea is wel verschenen.
2.2.
Op grond van artikel 140 lid 3 Rv Pro geldt het vonnis van 27 maart 2024 daarom als vonnis op tegenspraak. Tegen een dergelijk vonnis staat geen verzet maar (slechts) hoger beroep open.
2.3.
Het voorgaande brengt mee dat [gedaagde] niet-ontvankelijk is in zijn verzet. De rechtbank heeft partijen tevoren op de hoogte gesteld van het voornemen om [gedaagde] niet-ontvankelijk te verklaren. [gedaagde] heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.
2.4.
[gedaagde] wordt in de proceskosten van Link veroordeeld. Deze worden begroot op nihil, omdat in deze verzetprocedure geen proceshandelingen zijn verricht die voor vergoeding in aanmerking komen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in het verzet;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Link, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.
1980/3455