ECLI:NL:RBROT:2025:7565
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan bevoegdheid AFM tot handhaving
Eiser diende een verzoek tot handhaving in bij de AFM omdat hij vanwege protesten van klimaatactivisten niet tijdig toegang kreeg tot de algemene vergadering van aandeelhouders van ING Groep N.V. en daardoor zijn stem niet kon uitbrengen. Hij wilde dat de AFM een bestuurlijke boete oplegde aan ING Groep N.V. wegens onvoldoende maatregelen.
De AFM kwalificeerde het verzoek als een melding en nam het niet in behandeling omdat zij oordeelde dat eiser geen belanghebbende was en ING Groep N.V. niet onder haar toezicht valt. Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen, maar de rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de AFM niet bevoegd is om handhavend op te treden tegen ING Groep N.V. omdat deze geen financiële dienstverlener is en niet onder toezicht staat van de AFM. Het geschil betreft een civielrechtelijke kwestie tussen aandeelhouder en klimaatactivisten. Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kan geen dwangsom worden opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en deed dit zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de AFM niet bevoegd is om op het handhavingsverzoek tegen ING Groep N.V. te beslissen.