In deze zaak vordert Stichting Woonbron ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens vermeende ernstige en structurele overlast veroorzaakt door de huurder en haar bezoekers sinds 2018. Woonbron stelt dat de overlast bestaat uit geluidsoverlast, vernielingen, bedreigingen, drugsgebruik en een grote aanloop van bezoekers en dealers. De huurder erkent overlast, maar betwist de ernst en structurele aard ervan en wijst op een burenruzie als oorzaak.
De kantonrechter stelt vast dat ontbinding alleen kan plaatsvinden bij ernstige en structurele overlast gedurende langere tijd en dat Woonbron dit moet bewijzen. Uit het dossier blijkt dat er klachten zijn sinds februari 2024, met enkele hevige incidenten, maar het bewijs voor voortdurende ernstige overlast is onvoldoende concreet. De videobeelden en meldingen zijn niet overtuigend genoeg om de gevorderde ontbinding te rechtvaardigen.
Daarom krijgt Woonbron een bewijsopdracht om aan te tonen dat de huurder ernstige en structurele overlast veroorzaakt. Woonbron moet schriftelijk bewijs en getuigen opgeven voor een rolzitting in juni 2025, waarna de huurder tegenbewijs kan leveren. De kantonrechter houdt verdere beslissing aan totdat het bewijs is geleverd en beoordeeld.