Eiser heeft schoonmaakwerkzaamheden verricht in een pand en daarvoor een factuur van €3.142,- gestuurd, waarvan gedaagde slechts €1.800,- betaalde. Gedaagde betwistte de kwaliteit en kwantiteit van de werkzaamheden en wilde de herstelkosten verrekenen met het openstaande bedrag.
De kantonrechter stelde vast dat eiser daadwerkelijk 50 kamers heeft schoongemaakt en extra uren heeft verricht, wat door gedaagde onvoldoende gemotiveerd werd betwist. Er was geen sprake van een fatale termijn voor oplevering en gedaagde had eiser niet duidelijk en concreet in gebreke gesteld met een redelijke hersteltermijn.
Daarom was eiser niet in verzuim en kon gedaagde de herstelkosten niet verrekenen. De vordering tot betaling van het resterende bedrag van €1.342,- met wettelijke handelsrente en incassokosten werd toegewezen. Gedaagde werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.