Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 april 2025 met producties 1 tot en met 4
- de toevoeging van eiser
- de mondelinge behandeling gehouden op 7 mei 2025.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure heeft eiser gevorderd dat gedaagde medewerking verleent aan de religieuze ontbinding van hun huwelijk door middel van een khul‘a, een islamitische scheiding. Partijen zijn burgerlijk gescheiden, maar de religieuze scheiding heeft nog niet plaatsgevonden. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van eiser niet onrechtmatig of ongegrond is, mede gelet op een eerder arrest van het hof Den Haag. De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde om binnen twee dagen na betekening van het vonnis bij de geestelijke te verschijnen en haar medewerking te verlenen aan de religieuze scheiding. Tevens moet zij eiser compenseren door afstand te doen van haar bruidsgave van 514 gouden Bahar Azadi munten.
De procedurekosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan de religieuze scheiding en afstand van de bruidsgave binnen twee dagen.