De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurster over een vermeende huurachterstand en een tegenvordering tot schadevergoeding en excuses. Huurster huurt sinds 2014 een woning en verhuurder stelt dat zij een huurachterstand heeft opgebouwd van €1.391,01 tot en met januari 2025. Huurster betwist dit en stelt dat zij zelfs een huurvoorstand heeft opgebouwd.
De kantonrechter beoordeelt de door verhuurder overgelegde specificaties van huurbetalingen en de betaalbewijzen die huurster heeft ingediend. Uit de stukken blijkt dat huurster geen betalingen heeft gedaan die niet reeds in mindering zijn gebracht op de huurachterstand. Daarom wordt de huurachterstand vastgesteld op €1.391,01 en moet huurster dit bedrag aan verhuurder betalen.
De vordering van verhuurder tot incassokosten en rente wordt afgewezen omdat de betreffende bepaling in de algemene huurvoorwaarden als oneerlijk wordt aangemerkt. De schadevergoeding en excuses die huurster vordert worden eveneens afgewezen omdat er geen tekortkoming of onrechtmatig handelen van verhuurder is vastgesteld.
Tot slot wordt huurster veroordeeld in de proceskosten en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.