Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met één bijlage;
- de repliek, met één bijlage;
- de dupliek.
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds januari 2021 een woning in Rotterdam en heeft een huurachterstand van €6.885,06 tot en met april 2025 opgebouwd. De verhuurders vorderen betaling van deze achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De huurder betwist de achterstand niet, maar stelt een betaling van €6.975,38 te hebben gedaan die door verhuurders niet is ontvangen. Dit is niet weersproken, maar leidt niet tot kwijtschelding van de achterstand. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig is en de huurovereenkomst ontbonden mag worden op grond van artikel 6:265 BW Pro.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, de huur over mei en juni 2025, en ontruiming van de woning binnen veertien dagen na het vonnis. Incassokosten en rente worden afgewezen wegens een oneerlijke bepaling in de huurovereenkomst. De proceskosten komen voor rekening van de huurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en ontruiming van de woning binnen veertien dagen.