Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 juni 2025 in de zaak tussen
[verzoeker 2] , [verzoeker 3] , [verzoeker 4] en [verzoeker 5], uit [plaats 1] , verzoekers
Rechtbank Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente heeft een omgevingsvergunning verleend voor een dakopbouw en de vestiging van een huisartsenpraktijk middels een aanbouw aan een woning. Verzoekers, omwonenden, maakten bezwaar tegen deze vergunning en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de omgevingsvergunning onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Met name ontbreekt een deugdelijke stedenbouwkundige beoordeling die rekening houdt met de kleinschalige en karakteristieke laagbouw in de omgeving. Ook is het aspect geluid onvoldoende onderzocht, waarbij niet is voldaan aan de eisen van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarnaast is de privacy-impact onvoldoende meegewogen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het besluit tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers. Het oordeel is voorlopig en bindt niet in een bodemprocedure.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en omgevingsvergunning geschorst wegens gebrekkige motivering en onvoldoende onderzoek.