Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de Minister
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een boete van €3.000 opgelegd aan eiseres wegens het vervoeren van een varken dat niet geschikt was voor transport vanwege een ernstige open wond. De toezichthouder van de NVWA constateerde bij een inspectie in augustus 2022 een grote navelbreuk met een open wond die al minimaal vijf dagen bestond. Op basis van dit rapport legde de Minister de boete op, welke eiseres in beroep betwistte.
Eiseres voerde aan dat het varken geen tekenen van pijn vertoonde en dat de Minister onvoldoende onderzoek had gedaan. Ook stelde zij procedurele gebreken en schending van het recht op bijstand door een raadsman. De rechtbank oordeelde dat het rapport van de bevoegde toezichthouder voldoende bewijs leverde en dat de betwistingen onvoldoende waren om de overtreding te ontkrachten. Het beroep op het recht op bijstand faalde omdat geen verhoor had plaatsgevonden en er tijdens de bezwaarprocedure wel bijstand was verleend.
Verder stelde eiseres dat de boete onterecht verhoogd was wegens recidive en dat de redelijke termijn was overschreden. De rechtbank stelde vast dat de boete correct was verhoogd op grond van eerdere overtredingen en dat de redelijke termijn niet was overschreden, aangezien deze begint te lopen bij het voornemen tot boeteoplegging in september 2023.
De rechtbank concludeerde dat de Minister terecht de boete van €3.000 heeft opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €3.000 voor het vervoeren van een varken met een ernstige open wond en verklaart het beroep ongegrond.