Verzoekers exploiteren een kip/fastfoodrestaurant dat op 15 juni 2025 door de burgemeester met spoed voor twee weken werd gesloten na een explosie bij het pand. De burgemeester baseerde het besluit op een bestuurlijke rapportage waarin werd vastgesteld dat de explosie de openbare orde ernstig verstoorde en de leefbaarheid aantastte. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om de sluiting op te heffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers een spoedeisend belang hadden vanwege de financiële en reputatieschade door de sluiting. De burgemeester had op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) de discretionaire bevoegdheid om de horeca-inrichting te sluiten in het belang van de openbare orde. De explosie werd als een ernstig geweldsincident aangemerkt, rechtvaardigend dat de burgemeester tot spoedsluiting overging.
Hoewel de motivering van de noodzaak in het besluit mager was, vulde de burgemeester deze aan tijdens de zitting met feiten uit de rapportage en omstandigheden van eerdere explosies in de buurt. De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester redelijkerwijs kon aannemen dat een minder ingrijpende maatregel onvoldoende was. De belangenafweging was evenwichtig, waarbij het algemeen belang van herstel van de openbare orde zwaarder woog dan het belang van verzoekers bij openstelling.
Verzoekers konden niet aantonen dat de noodzaak tot sluiting inmiddels was komen te vervallen. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor het restaurant gesloten blijft tot 29 juni 2025. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.