De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 april 2025 het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2014, die momenteel in een pleeggezin verblijft. Tevens werd een wijziging van de omgangsregeling met de vader aan de orde gesteld.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en stemde in met de verlengingen en de wijziging van de omgangsregeling. De vader stemde in met de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, maar verzette zich tegen de beperking van de omgang en de regie van de gecertificeerde instelling over de uitbreiding daarvan.
De rechtbank oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is. De omgang met de vader vindt begeleid plaats en dient voorzichtig te worden uitgebreid. Daarom werd de omgangsregeling gewijzigd naar begeleide omgang van twee uur eens per twee weken, met regie bij de gecertificeerde instelling.
De beschikking is direct uitvoerbaar verklaard en kan binnen drie maanden met tussenkomst van een advocaat in hoger beroep worden aangevochten.