ECLI:NL:RBROT:2025:7999
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging parkeerabonnement niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de beëindiging van zijn parkeerabonnement door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het abonnement werd beëindigd per brief van 28 maart 2025, waarna het bezwaar van verzoeker op 8 mei 2025 werd afgewezen. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en constateerde dat het griffierecht van €194,- niet binnen de gestelde termijn van twee weken na ontvangst van de aanmaningsbrief op 21 mei 2025 was betaald. Verzoeker gaf geen verontschuldiging voor het verzuim. Hierdoor werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Ten overvloede overwoog de voorzieningenrechter dat het beëindigen van het parkeerabonnement een privaatrechtelijke handeling betreft en geen bestuursrechtelijk besluit, waardoor de rechter ook niet bevoegd zou zijn geweest om over het verzoek te oordelen indien het griffierecht wel tijdig was betaald.
Het griffierecht werd na afloop alsnog betaald en teruggestort. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.