Op 22 oktober 2023 vond op de snelweg A16 te Rotterdam een aanrijding plaats tussen de auto van de verdachte en die van het overleden slachtoffer. De verdachte reed met een snelheid van circa 123 km/u waar 100 km/u was toegestaan, terwijl het slachtoffer met 48 km/u van rijstrook wisselde.
De officier van justitie stelde dat de verdachte onvoorzichtig en afgeleid was door zijn telefoon, waardoor hij het voertuig van het slachtoffer niet zag, met dodelijke gevolgen. De rechtbank oordeelde echter dat niet bewezen kon worden dat de verdachte vlak voor en tijdens het ongeval met zijn telefoon bezig was, en dat de hogere snelheid niet causaal was voor de aanrijding.
De rechtbank concludeerde dat de aanrijding waarschijnlijk werd veroorzaakt door de manoeuvre van het slachtoffer. Ook het subsidiaire verwijt van gevaarlijk rijden werd verworpen, omdat de snelheid van 123 km/u op een snelweg niet per definitie gevaarlijk was. De verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlasteleggingen.
De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank erkende het verdriet van de nabestaanden, maar kon geen schuld vaststellen bij de verdachte.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 4 juli 2025.