Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
- 1 primair: valsheid in geschrift in het kader van aanvragen Tegemoetkoming Vaste Lasten (hierna: TVL) voor [naam bedrijf 1] ;
- 1 subsidiair: feitelijk leidinggeven aan het door [naam bedrijf 1] begaan van voornoemd feit;
- 2 eerste alternatief: valsheid in geschrift in het kader van aanvragen TVL voor [naam vennootschap] . en [naam holding 1] ;
- 2 tweede alternatief: verduistering van twee geldbedragen;
- 3: witwassen van één of meer geldbedragen;
- 4: oplichting UWV;
- 5: valsheid in geschrift.
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 eerste alternatief, 3, 4 en 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
(DOC-024, DOC-031 en DOC-081)en die factuur
(DOC-035)opzettelijk gebruik heeft gemaakt , bestaande dat gebruikmaken – zakelijk weergegeven – uit:
€
5.Strafbaarheid feiten
1.primair:
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vorderingen benadeelde partijen
- De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna ook: RVO). De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 351.934,12 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
- Het UWV. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 32.724,10 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 augustus 2020, ter zake van het onder 4 ten laste gelegde feit.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
3 (drie) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd, die wordt gesteld op
3 (drie) jaren;
€ 351.934,12(
zegge: driehonderdeenenvijftigduizend negenhonderdvierendertig euro en twaalf cent) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 september 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 32.724,10 (zegge: tweeëndertigduizend zevenhonderdvierentwintig euro en tien cent) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;