ECLI:NL:RBROT:2025:826

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 januari 2025
Publicatiedatum
23 januari 2025
Zaaknummer
10-021859-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar wegens ontbrekende actuele diagnostiek en behandelplan

De rechtbank Rotterdam heeft op 7 januari 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de terbeschikkingstelling van een ter beschikking gestelde die sinds januari 2023 als passant verblijft in een PPC en wacht op opname in een forensisch psychiatrisch centrum. De oorspronkelijke terbeschikkingstelling was gelast wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het openbaar ministerie had verzocht om verlenging van de maatregel met twee jaar, gesteund door een algemeen advies van de instelling dat gebaseerd was op verouderde diagnostiek en zonder individuele beoordeling. De ter beschikking gestelde verzocht om afwijzing van de vordering.

De rechtbank constateerde dat het advies niet was gebaseerd op recente gedragskundige onderzoeken en dat er geen concreet behandelplan was. Gezien de langdurige wachtperiode en het ontbreken van actuele gegevens besloot de rechtbank af te wijken van het uitgangspunt van twee jaar verlenging en verlengde de maatregel met één jaar om de situatie te monitoren en een actuele beoordeling mogelijk te maken.

De rechtbank verzocht het openbaar ministerie om voor de volgende verlengingszitting een dubbelrapportage door een psychiater en psycholoog te laten opstellen. Tegen de uitspraak kan binnen veertien dagen beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar wegens ontbrekende actuele diagnostiek en behandelplan.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-021859-22
Datum uitspraak: 7 januari 2025
Beslissingvan de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde](hierna ook: de ter beschikking gestelde),
geboren te Curaçao op [geboortedatum] 1988,
feitelijk verblijvende in [detentieadres],
raadsman mr. O.J. Much, advocaat te Rotterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 30 december 2022 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 14 januari 2023.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 5 december 2024 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel later toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 7 januari 2025 behandeld. De officier van justitie mr. S. Bosmans en de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, zijn gehoord.

3.Adviezen

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 24 oktober 2024, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
De ter beschikking gestelde verblijft momenteel als passant in [detentieadres] en staat op de wachtlijst voor plaatsing in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) de Kijvelanden. Aangezien hij hier nog niet in zorg is en voor dit advies geen individuele beoordeling heeft plaatsgevonden, is het advies louter gestoeld op het algemeen beloop van een tbs-traject. De diagnostiek en de risicotaxatie zijn overgenomen uit de Indicatiestelling Forensische Zorg. Hierin wordt geconcludeerd dat bij betrokkene sprake is van een lichte tot matige verstandelijke beperking. Daarnaast is er sprake van schizofrenie. Het risico op geweld wordt als hoog ingeschat, waarbij het risico op ernstig lichamelijk letsel als laag tot matig wordt ingeschat, omdat dit zich tot nog toe niet heeft voorgedaan. Omdat het doorlopen van het standaard behandeltraject voor een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging en de hierbij horende verlofmodaliteiten de duur van twee jaar ruimschoots overschrijdt, wordt geadviseerd de maatregel met twee jaar te verlengen.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde heeft verzocht om de vordering af te wijzen. De raadsman heeft zich verder gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.Beoordeling

Voornoemd adviesrapport van de instelling betreft een algemeen advies over het te verwachten beloop van de tbs-maatregel, maar is niet gebaseerd op recent gedragskundig onderzoek of op bevindingen bij de behandeling van de ter beschikking gestelde. De Indicatiestelling Forensische Zorg, waar in het advies naar wordt verwezen, is inmiddels bijna twee jaar oud. Er is geen verdere informatie beschikbaar over het verblijf van de ter beschikking gestelde in het [detentieadres], waar hij sinds januari 2023 als passant verblijft. Dit alles bemoeilijkt de beoordeling van de onderhavige verlengingsvordering. Desondanks acht de rechtbank op grond van het advies van de instelling, de in het vonnis weergegeven bevindingen uit het PBC-rapport van 14 december 2022 en de bevindingen bij het onderzoek ter terechtzitting, op dit moment voldoende aannemelijk dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Het uitgangspunt is dat in het geval aannemelijk is geworden dat de behandeling van de
ter beschikking gestelde meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, de terbeschikkingstelling – behoudens bijzondere omstandigheden – verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. De rechtbank ziet onder de hiervoor geschetste omstandigheden echter aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De ter beschikking gestelde wacht al twee jaar op een plaatsing in FPC de Kijvelanden en er is nog geen zicht op een opnamedatum. De ter beschikking gestelde heeft ter zitting aangegeven dat hij geen idee heeft waar hij aan toe is. De rechtbank acht deze situatie ongewenst en ziet ook in het ontbreken van actuele diagnostiek en van een concreet behandelplan reden om de tbs-maatregel met één jaar te verlengen. Op die manier wil de rechtbank de ontwikkelingen ten aanzien van de plaatsing actief (blijven) volgen, zodat over een jaar de stand van zaken, de prognose en de hierbij geïndiceerde behandelmogelijkheden meer concreet kunnen worden besproken. In dat kader verzoek de rechtbank de officier van justitie om, naast een actueel advies van de instelling, vóór de volgende verlengingszitting zorg te dragen voor het opstellen van dubbelrapportage door een psychiater en een psycholoog over de ter beschikking gestelde.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
1 (één)jaar;
wijst afhet meer of anders gevorderde of verzochte.
Deze beslissing is genomen door mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. W.M. Stolk en B. Vaz, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.