AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij verkeersongeval met elektrische step
Op 17 december 2020 vond een verkeersongeval plaats op de kruising Aelbrechtskade met de Lage Erfbrug te Rotterdam waarbij een voetganger op een elektrische step zwaar letsel opliep na een botsing met een personenauto bestuurd door de verdachte. De officier van justitie stelde dat de verdachte door rood licht reed en te hard reed, wat leidde tot het ongeval.
Tijdens de terechtzitting op 11 juni 2025 voerde de verdediging aan dat er onvoldoende bewijs was dat de verdachte door rood reed en dat het dossier gebrekkig was. Ook werd betoogd dat een kort rood lichtmoment onvoldoende schuld oplevert. De rechtbank constateerde dat het dossier geen bewijs bevat van een rood verkeerslicht of snelheidsovertreding en dat getuigenverklaringen ruimte laten voor twijfel.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de verdachte een verkeersfout maakte door vermoedelijk door rood te rijden, dit niet als aanmerkelijk onvoorzichtig kan worden aangemerkt en dat schuld in de zin van artikel 6 WVWPro niet is vastgesteld. De officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit wegens verjaring. De verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van schuld aan verkeersongeval; vervolging subsidiair feit niet-ontvankelijk wegens verjaring.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/082727-22
Datum uitspraak: 25 juni 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres],
raadsman mr. M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam.
1.Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 juni 2025.
2.Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. Kort gezegd wordt haar verweten dat zij een voetganger op of met een elektrische step heeft aangereden, waardoor die lichamelijk letsel heeft opgelopen. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
3.Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. H.H. Balk heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit (art. 6 WVWPro);
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden.
4.Waardering van het bewijs
4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. Hij baseert zich daarbij op de in het procesdossier aanwezige verschillende getuigenverklaringen. De verdachte is door rood licht gereden en heeft een snelheid van 50 km/u gereden waar 30 km/u ter plaatse was toegestaan. Bij de kruising en het oversteekpunt waar het slachtoffer overstak, had de verdachte extra voorzichtig moeten zijn, zeker nu het al donker dan wel schemerig was. Gelet hierop heeft de verdachte zeer onvoorzichtig rijgedrag vertoond, waardoor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair integrale vrijspraak bepleit wegens onvoldoende bewijs. Gelet op het gebrekkige dossier en de verklaring van de verdachte dat zij door oranje reed, kan niet buiten redelijke twijfel vastgesteld worden dat zij door rood is gereden.
Subsidiair meent de verdediging dat het niet tijdig opmerken van een rood verkeerslicht als enkele omstandigheid onvoldoende is om te spreken van schuld in de zin van artikel 6 WVWPro. Op basis van de getuigenverklaringen kan niet vastgesteld worden dat het verkeerslicht over een langere periode rood licht uitstraalde.
De verdediging heeft ook vrijspraak bepleit ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit. Hiertoe is aangevoerd dat een kort moment van het uitstralen van rood licht onvoldoende is voor de conclusie dat de verdachte met haar handelen een gevaar als bedoeld in artikel 5 WVWPro in het leven heeft geroepen.
4.3.
Beoordeling door de rechtbank
Op 17 december 2020 heeft omstreeks 18:06 uur een verkeersongeval plaatsgevonden op de kruising van de Aelbrechtskade met de Lage Erfbrug te Rotterdam. De verdachte was bestuurder van een personenauto en reed op de Aelbrechtskade in de richting van de Rochussenstraat en naderde de kruising met de Lage Erfbrug. Het slachtoffer kwam met een elektrische step vanuit de richting van de Lage Erfbrug, in de richting van de Nieuwe Binnenweg. Op het kruispunt is het slachtoffer tegen de rechtervoorzijde van de personenauto van de verdachte gebotst, waardoor het slachtoffer ten val is gekomen. Het slachtoffer heeft hierdoor traumatisch hersenletsel en een schedelfractuur opgelopen.
Dat ter plaatse vanwege wegwerkzaamheden een maximumsnelheid van 30 km/u zou hebben gegolden, zoals door de officier van justitie is aangevoerd, blijkt niet uit het dossier. Een door het slachtoffer ingestuurde ongedateerde foto is daartoe ontoereikend. Dat de verdachte de toegestane maximumsnelheid van 50 km/u zou hebben overschreden volgt evenmin uit het dossier.
Er is geen onderzoek gedaan naar de verkeerslichtinstallatie zodat de rechtbank niet op basis hiervan kan vaststellen of, en hoe lang, het verkeerslicht rood licht uitstraalde op het moment dat het voertuig van de verdachte passeerde. De getuigenverklaringen op dit punt laten de mogelijkheid, dat de verdachte net onder het op rood gesprongen stoplicht door reed, open. De verdachte heeft alsdan een verkeerde inschatting gemaakt toen zij dacht het oranje licht nog te halen.
Over de snelheid van het slachtoffer op de step bevat het dossier geen informatie. Uit het dossier volgt niet dat er op het moment dat de verdachte de kruising over reed al voetgangers waren begonnen met oversteken.
Hoewel de verdachte in ieder geval net door rood is gereden en dus sprake is van een verkeersfout, merkt de rechtbank deze enkele gedraging niet aan als aanmerkelijk onvoorzichtig. Hoe ernstig de gevolgen van de aanrijding voor het slachtoffer ook zijn, schuld daaraan van de verdachte in de zin van artikel 6 WVWPro kan de rechtbank niet vast stellen.
De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het primair ten laste gelegde.
Het recht om de subsidiair ten laste gelegde overtreding te vervolgen is inmiddels door verjaring vervallen. De rechtbank zal daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren.
5.Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
6.Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van het subsidiair ten laste gelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. de Kraker, voorzitter,
en mrs. A.M.G. van de Kragt en S. Zuidwijk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage
Tekst gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
zij op of omstreeks 17 december 2020 te Rotterdam als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto),
zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer,