De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2012, vanwege ernstige zorgen over diens gedrag en ontwikkeling. De minderjarige vertoont zelfbepalend gedrag, gaat onvoldoende naar school en is betrokken bij strafbare feiten zoals diefstal met geweld. De moeder staat er alleen voor en is overbelast, mede door het ontbreken van een betrokken vader vanwege psychische problematiek.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, ondersteunde de gecertificeerde instelling het verzoek en werden de zorgen bevestigd, waaronder het niet naleven van contact- en locatieverboden door de minderjarige. De moeder gaf aan dat de minderjarige niet meer naar de basisschool wil omdat hij klaar is voor het voortgezet onderwijs en dat hij huisarrest heeft gekregen.
De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat de moeder niet zelfstandig in staat is de situatie te verbeteren. Daarom is een ondertoezichtstelling noodzakelijk voor de duur van een jaar, met directe uitvoerbaarheid. Er is tevens een persoonlijke brief aan de minderjarige gericht om hem bewust te maken van de consequenties van zijn gedrag en het belang van schoolgang en goede keuzes voor zijn toekomst.
De beschikking werd op 28 mei 2025 uitgesproken en schriftelijk vastgelegd op 11 juni 2025. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na betekening.