Eiser, gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht de minister de schuld van € 93.111,62 aan zijn voormalige werkgever over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister wees dit af omdat de schuld zou voortvloeien uit een onrechtmatige daad, omdat eiser bewust zijn arbeidsovereenkomst had opgezegd en daarmee contractbreuk pleegde.
De rechtbank stelt vast dat de schuld inmiddels is vastgesteld op € 34.500,-, bestaande uit directe studiekosten. Eiser had een regeling met zijn werkgever over terugbetaling van studiekosten bij voortijdig vertrek. De rechtbank oordeelt dat het opzeggen van de arbeidsovereenkomst door eiser niet onrechtmatig is en dat de minister onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een onrechtmatige daad.
De minister heeft het primaire besluit afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard, maar de rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. De minister wordt opgedragen de schuld alsnog over te nemen. Daarnaast moet de minister het griffierecht en proceskosten van eiser vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de minister te verplichten wettelijke rente te vergoeden.