Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest, alsmede terbeschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging, primair ongemaximeerd, subsidiair gemaximeerd, met daarbij oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
- tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/182242-23 en tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 22/001125-22.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
10.Vorderingen tenuitvoerlegging
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Bijlagen
13.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;
ter beschikking wordt gesteld;
van overheidswege wordt verpleegd;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor het feit:
€ 9.333,93 (zegge: negenduizend driehonderddrieëndertig euro en drieënnegentig eurocent), bestaande uit € 8.333,93 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer] te betalen
€ 9.333,93 (zegge: negenduizend driehonderddrieëndertig euro en drieënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 9.333,93 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
81 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
tenuitvoerleggingvan het voorwaardelijk gedeelte, groot 130 dagen, van het bij arrest van 13 april 2023 van het Gerechtshof Den Haag aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf;
tenuitvoerleggingvan het voorwaardelijk gedeelte, groot 14 dagen, van de bij vonnis van 7 november 2023 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf.