Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een boete van €3.000,- opgelegd aan eiseres wegens overtredingen van het Besluit houders van dieren, gerelateerd aan de verkoop van vijf honden in een periode van tien maanden. De Minister stelde dat eiseres bedrijfsmatig handelde, wat een vereiste is voor het opleggen van de boete.
De toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit constateerde dat eiseres via advertenties op Marktplaats honden verkocht aan derden buiten familiekring. Eiseres verklaarde dat zij niet de eigenaar was van de honden en geen winst maakte, maar slechts hielp om de honden een thuis te geven. De rechtbank beoordeelde of het handelen van eiseres als bedrijfsmatig kon worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat bedrijfsmatig handelen volgens de wetgever betekent activiteiten in zekere omvang en regelmaat. De wetgever hanteert een richtsnoer van meer dan twintig honden in twaalf maanden als indicatie voor bedrijfsmatig handelen. Eiseres verkocht slechts vijf honden, wat ruim onder dit criterium ligt. De overige door de Minister aangevoerde omstandigheden, zoals verkoop aan derden en advertenties, zijn indicaties maar van ondergeschikt belang ten opzichte van het getalsmatige criterium.
De rechtbank concludeerde dat de Minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom van het richtsnoer werd afgeweken en dat er geen bewijs was voor meer verkopen dan vijf. Daarom mocht de boete niet worden opgelegd. Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens is de Minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.