Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:8489

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
15 juli 2025
Zaaknummer
10/084423-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVWArt. 175 WVWArt. 23 SrArt. 24c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag met bromfiets met zwaar letsel tot gevolg

Op 11 december 2023 reed de verdachte met zijn bromfiets op een éénrichtingsfietspad tegen de rijrichting in in Rotterdam. Hierdoor botste hij frontaal op een fietser, die daardoor zwaar lichamelijk letsel opliep, waaronder meerdere breuken in het linker kuit- en scheenbeen.

De rechtbank Rotterdam heeft op 22 mei 2025 in een meervoudige kamer voor strafzaken het feit wettig en overtuigend bewezen verklaard. De verdachte werd veroordeeld voor overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 wegens aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en de persoonlijke situatie van de verdachte, die niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld. Vanwege de onbekende verblijfplaats van de verdachte achtte de rechtbank een taakstraf moeilijk uitvoerbaar en legde zij een geldboete van € 1.000,- op, te vervangen door 20 dagen hechtenis bij niet-betaling.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en bevestigde dat er geen omstandigheden waren die de strafbaarheid uitsloten. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op de openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,- of 20 dagen hechtenis wegens aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag met bromfiets met zwaar letsel tot gevolg.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/084423-24
Datum uitspraak: 22 mei 2025
Verstek
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 2003,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 mei 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. Hem wordt verweten dat hij op 11 december 2023 met zijn bromfiets een fietser heeft aangereden die daardoor zwaar letsel heeft opgelopen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. S.S.S. Heinerman heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde in die zin dat sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag;
  • veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (zegge: duizend euro), subsidiair 20 dagen hechtenis.

4.Waardering van het bewijs

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 11 december 2023 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (
bromfiets), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Pompenburg, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
-op
het aan die Pompenburg gelegenfietspad tegen de rijrichting in heeft gereden en
-niet tijdig heeft opgemerkt dat een fietser hem op dat fietspad tegemoet reed en hem inmiddels zeer dicht genaderd was en
-zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tijdig kon afremmen en tot stilstand kon brengen dan wel kon uitwijken en
-(vervolgens) in botsing of aanrijding is gekomen met die fietser, genaamd
[slachtoffer]
,
waardoor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (te weten meerdere breuken in het linker kuitbeen en linker scheenbeen).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt door zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te gedragen in het verkeer. Hij is met zijn bromfiets op een éénrichting fietspad tegen het verkeer in gaan rijden en vervolgens frontaal op een fietser gebotst, die
als gevolg hiervan zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
De rechtbank heeft in een uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 maart 2025 gezien dat de verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Bij het bepalen van de op te leggen straf houdt de rechtbank met de officier van justitie er rekening mee dat het uitvoeren van een taakstraf, gelet op de onbekende verblijfplaats van de verdachte, moeilijk uitvoerbaar is.
Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde geldboete passend en geboden.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6 en 175 van de Wegenverkeerswet 1994.

9.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
geldboete van € 1.000,00 (zegge: duizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door
20 (zegge: twintig) dagen hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Lange, voorzitter,
en mr. F. Damsteegt en mr. A.M.G. van de Kragt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 22 mei 2025.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 11 december 2023 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (
bromfiets), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Pompenburg, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
-met die bromfiets (met een constructiesnelheid van 45 km/u) is gaan rijden op het aan die Pompenburg gelegen verplichte fietspad en/of geen gebruik heeft gemaakt van de rijbaan en/of
-op dat fietspad tegen de rijrichting in heeft gereden en/of
-niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een fietser hem op dat fietspad tegemoet reed en/of hem inmiddels zeer dicht genaderd was en/of
-zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tijdig kon afremmen en/of tot stilstand kon brengen dan wel kon uitwijken en/of
-(vervolgens) in botsing of aanrijding is gekomen met die fietser, genaamd
[slachtoffer]
,
waardoor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (te weten meerdere breuken in het linker kuitbeen en linker scheenbeen), of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 december 2023 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Pompenburg, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
-met die bromfiets (met een constructiesnelheid van 45 km/u) is gaan rijden op het aan die Pompenburg gelegen verplichte fietspad en/of geen gebruik heeft gemaakt van de rijbaan en/of
-op dat fietspad tegen de rijrichting in heeft gereden en/of
-niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een fietser hem op dat fietspad tegemoet reed
en/of hem inmiddels zeer dicht genaderd was en/of
-zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tijdig kon afremmen en/of tot stilstand kon brengen dan wel kon uitwijken en/of
-(vervolgens) in botsing of aanrijding is gekomen met die fietser.