De rechtbank Rotterdam heeft op 30 mei 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die werd verdacht van medeplegen van de voorbereiding van een ontploffing met gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen.
De tenlastelegging betrof het bezit en gebruik van voorwerpen en middelen bestemd voor het plegen van deze misdrijf in de periode van 8 tot en met 9 december 2024. De verdachte werd samen met anderen aangehouden in een voertuig waarin explosieven en materialen werden aangetroffen. Uit uitgebreid onderzoek, waaronder het analyseren van Snapchat-chatgesprekken en IP-logs, bleek de verdachte een aansturende rol te hebben gehad.
De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond en dat het gebruikte Snapchat-account niet door de verdachte werd beheerd. De rechtbank verwierp dit verweer op grond van verklaringen, technische gegevens en inconsistenties in de verklaringen van de verdachte.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen was en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden, rekening houdend met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het ontbreken van een strafblad voor soortgelijke feiten.