ECLI:NL:RBROT:2025:8646
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening aflossingsbedrag studieschuld na wijziging draagkrachtberekening pleegoudervergoeding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin het maandelijkse aflossingsbedrag van haar studieschuld werd herzien van €22,83 naar €178,88 voor de periode juni tot en met december 2024. De minister had de draagkracht van eiseres opnieuw berekend nadat was vastgesteld dat zij geen recht had op het Kindgebonden budget en dat zij een pleegoudervergoeding ontving, waarvan de norm hoger is dan die van kinderbijslag. Hierdoor werd eiseres niet als alleenstaande ouder aangemerkt.
Eiseres betoogde dat zij wel als ouder moet worden gezien omdat zij voor haar pleegkind zorgt en in eerdere jaren als alleenstaande ouder was geregistreerd. De rechtbank overwoog dat volgens de Wet studiefinanciering 2000 onder ‘ouder’ alleen natuurlijke of adoptiefouders worden verstaan, en pleegouders niet. De minister handelde binnen zijn bevoegdheid door het besluit te herzien binnen de wettelijke termijn van 18 maanden.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht heeft gehandeld en dat eiseres geen recht heeft op de korting die geldt voor alleenstaande ouders. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter T.M.J. Smits op 17 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening van het aflossingsbedrag van haar studieschuld wordt ongegrond verklaard.