Verzoekster heeft een verzoek ingediend ex artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie omdat verweerster voornemens is tot ontruiming over te gaan.
De huurtermijnen van juni en juli 2025 zijn voldaan, waarbij juni te laat werd betaald maar juli tijdig. Verzoekster staat onder beschermingsbewind, wat de verwachting versterkt dat toekomstige huurbetalingen tijdig zullen plaatsvinden. De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die in haar woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De voorziening wordt voor zes maanden toegekend met de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid tot een nieuw verzoek in de toekomst.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Snel-van den Hout op 14 juli 2025.