ECLI:NL:RBROT:2025:8665

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
FT RK 25-366
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848FaillissementswetBesluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks ontbreken goede trouw

Mevrouw verzoekster heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie.

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij weliswaar schulden heeft laten ontstaan die niet te goeder trouw zijn ontstaan, met name schulden aan de gemeente en de Belastingdienst, maar dat zij inmiddels haar situatie onder controle heeft gekregen. Op grond van de hardheidsclausule wordt het verzoek daarom toegewezen.

De rechtbank benadrukt dat mevrouw verzoekster sinds het starten van schuldhulpverlening en budgetbeheer geen nieuwe schulden heeft gemaakt en dat zij naar verwachting zal voldoen aan de verplichtingen van de WSNP. De ingangsdatum van de regeling wordt vastgesteld op 10 juli 2025, zonder eerdere ingangsdatum, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor een eerdere start.

Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de verplichtingen, en een rechter-commissaris die toezicht houdt op de bewindvoerder. De regeling duurt 18 maanden en eindigt met een schone lei voor mevrouw verzoekster.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met ingangsdatum 10 juli 2025 en einddatum 10 januari 2027.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
[insolventienummer]
vonnis van:
10 juli 2025
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres] ,
[postcode] [plaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [verzoekster] ,
- mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener van de [gemeente] .

2.De beoordeling van het verzoek

De bevoegdheid

2.1.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.
De toelating
2.2.
Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.3.
Mevrouw [verzoekster] wordt toegelaten tot de WSNP.
De goede trouw-toets
2.4.
Mevrouw [verzoekster] heeft schulden laten ontstaan die niet te goeder trouw zijn ontstaan, althans onbetaald zijn gelaten, en deze staan in beginsel aan toelating in de weg. De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder gekeken naar de recente schuld aan de [gemeente] , afdeling Werk en Inkomen en aan de Belastingdienst.
De hardheidsclausule
2.5.
Ondanks het ontbreken van goede trouw, kan een verzoek wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat mevrouw [verzoekster] de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van de schulden, onder controle heeft gekregen en of zij de uit de WSNP voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal kunnen nakomen. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is. De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder gekeken naar de persoonlijke situatie van mevrouw [verzoekster] . Mevrouw [verzoekster] heeft een turbulente periode achter zich. In deze periode zijn de schulden ontstaan. Nu mevrouw [verzoekster] haar leven weer op de rit heeft, wenst zij graag een oplossing voor deze schulden. Zij heeft zich daarom gemeld bij de [gemeente] voor schuldhulpverlening. Schuldhulpverlening is gestart op 26 augustus 2024 waarbij tevens budgetbeheer is ingesteld. Mevrouw [verzoekster] heeft sinds het opstarten van budgetbeheer geen (nieuwe) schulden meer laten ontstaan. Mevrouw [verzoekster] heeft hiermee blijk gegeven van een serieuze en saneringsgezinde houding waardoor bij de rechtbank het vertrouwen is ontstaan dat mevrouw [verzoekster] de verplichtingen uit de WSNP naar behoren zal nakomen.
De verplichtingen
2.6.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
2.7.
Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen.
De postblokkade
2.8.
In de eerste maanden van het traject geldt een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] .
De ingangsdatum
2.9.
Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.
2.10.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.11.
De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum. De rechtbank stelt verder vast dat op basis van de ingediende stukken voorafgaand aan de zitting en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen, en dan met name de sollicitatieverplichting, is voldaan. Dat mevrouw [verzoekster] na de zitting een beschikking heeft overlegd van de [gemeente] van 3 juli 2025 waarin zij wordt ontheven van de arbeidsverplichting van 25 juni 2025 tot en met 25 december 2025, maakt dat niet anders.
2.12.
De rechtbank komt dus tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] -1993 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom
en tot bewindvoerder N.T. van den Deijssel,
gevestigd te Postbus 81145,
3009 GC Rotterdam ;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 10 juli 2025 en de einddatum op 10 januari 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1
/19edeel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom, rechter, in samenwerking met
mr. C. Hulsegge, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2025. [1]