Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan elf schuldeisers, waarbij tien schuldeisers instemden en één schuldeiser, met een gering aandeel van 3,11% in de totale schuldenlast, weigert mee te werken. De regeling voorziet in een betaling van 47,52% aan preferente en 23,76% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoekster die parttime werkt en een arbeidscontract heeft.
De rechtbank stelt vast dat de weigering van de schuldeiser niet redelijk is, gezien het geringe belang van deze schuldeiser en het belang van verzoekster en overige schuldeisers. Het voorstel is getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd. Verzoekster zit in budgetbeheer en heeft geen nieuwe schulden laten ontstaan.
De rechtbank concludeert dat het dwangakkoord het uiterste is wat verzoekster kan bieden en dat het resultaat gunstiger is dan bij toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, die extra kosten met zich meebrengt. Daarom beveelt de rechtbank de schuldeiser om in te stemmen met de schuldregeling, wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af en veroordeelt de schuldeiser in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt bevolen in te stemmen met schuldregeling.