ECLI:NL:RBROT:2025:8744
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor verkoop en levering van woning in ontbonden huwelijksgoederengemeenschap
Eiser en gedaagde zijn gehuwd geweest van 2013 tot 2025 en waren vermoedelijk in gemeenschap van goederen gehuwd. Eiser is sinds januari 2021 eigenaar van een woning die hij recentelijk heeft verkocht voor €495.000. Tijdens de voorbereiding van de overdracht ontstond twijfel over zijn bevoegdheid om de woning te verkopen zonder medewerking van gedaagde, aangezien de huwelijksgoederengemeenschap ontbonden maar nog niet verdeeld is.
Eiser vroeg daarom in kort geding vervangende toestemming voor verkoop en levering van de woning, omdat de kopers hem in gebreke hadden gesteld en hij spoedeisend belang had bij een beslissing om boetes en schadevergoedingen te voorkomen. Gedaagde was niet verschenen, waardoor verstek werd verleend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de woning deel uitmaakt van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en dat eiser voldoende aannemelijk had gemaakt dat gedaagde niet wordt benadeeld door de verkoop, omdat de verkoopprijs reëel is en hoger dan de WOZ-waarde. De vordering werd daarom toegewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verleent vervangende toestemming voor verkoop en levering van de woning en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.