De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van een jong kind van tien maanden bij de oma vaderszijde. Dit verzoek volgt op het ontslag van de moeder uit een gesloten afdeling binnen de GGZ, waarna zij het kind heeft opgehaald, maar nog steeds in een verwarde en emotioneel instabiele toestand verkeert. De moeder heeft weinig besef van tijd en ruimte, spreekt onsamenhangend en toont geen probleembesef, waardoor zij de zorg voor het kind niet kan dragen.
De kinderrechter stelt vast dat het kind volledig afhankelijk is van volwassenen en dat de oma vaderszijde bereid en beschikbaar is om het kind op te vangen. Gezien de onveiligheid voor het kind bij de moeder en het ontbreken van veiligheidsafspraken, acht de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing binnen het netwerk noodzakelijk. De machtiging wordt verleend voor de duur van vier weken, met ingang van 2 mei 2025 tot 30 mei 2025, en wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De zaak wordt aangehouden voor een zitting op 14 mei 2025, waarbij de GI, de ouders en de advocaat hun mening kunnen geven. De kinderrechter mr. A.A.J. de Nijs heeft de beschikking mondeling uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 13 mei 2025 in aanwezigheid van de griffier.