De huurder heeft sinds februari 2023 een woning gehuurd en heeft een huurachterstand van €7.019,76 tot en met juni 2025. De verhuurder vordert betaling, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. De huurder is sinds december 2024 onder budgetbeheer en betaalt sindsdien de huur via schuldhulpverlening.
De rechtbank oordeelt dat de huurachterstand betaald moet worden, maar dat ontbinding en ontruiming niet gerechtvaardigd zijn omdat de huurder actief werkt aan schuldaflossing en de huur sinds de dagvaarding wordt voldaan. De vordering tot incassokosten en rente wordt afgewezen wegens oneerlijke bepalingen in de huurvoorwaarden die afwijken van de wettelijke regels.
De proceskosten worden toegewezen aan de huurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en wordt in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter.