Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht de minister van Financiën om overname van een geldschuld van €3.136,44 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister wees de aanvraag af omdat de schuld was ontstaan vóór 1 januari 2006, wat niet voldoet aan de voorwaarden van de Wht.
Eiseres betoogde dat de schuld uit 2008 zou stammen en dat het ging om een huurachterstand, niet om herstelkosten. Zij stelde dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege haar financiële situatie en de impact van de toeslagenaffaire. De rechtbank oordeelde echter dat uit de dagvaarding en bijlagen blijkt dat de schuld verband houdt met herstelwerkzaamheden die in 2003 zijn afgerond, waardoor de schuld vóór 2006 is ontstaan.
De rechtbank vond dat de minister de hardheidsclausule terecht niet toepaste, omdat eiseres geen actuele schrijnende omstandigheden had aangetoond die daarmee samenhangen. Ook vond de rechtbank de motivering van het besluit voldoende. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag tot overname van de schuld afgewezen.