ECLI:NL:RBROT:2025:8816
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoedingsverzoek wegens onrechtmatig besluit RDW inzake tenaamstelling voertuig
Verzoeker diende een verzoek in bij de RDW om de tenaamstelling van een voertuig met terugwerkende kracht te vervallen te verklaren. Dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen, maar na bezwaar verklaarde de RDW de tenaamstelling alsnog met terugwerkende kracht vervallen per 13 juni 2021. Verzoeker stelde vervolgens beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
Verzoeker vorderde een vergoeding van €5.000,- wegens de late toepassing van terugwerkende kracht door de RDW, waardoor hij onder meer boetes kreeg opgelegd voor parkeren, niet verzekerd kon rijden en schade leed door een ongeval. De rechtbank erkende dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was, maar oordeelde dat de gestelde schade niet rechtstreeks voortvloeit uit het onrechtmatige besluit.
De rechtbank stelde dat alleen schade die direct toerekenbaar is aan het onrechtmatige besluit voor vergoeding in aanmerking komt. De parkeerboetes kunnen door verzoeker zelf bij de boeteopleggende instanties worden kwijtgescholden. Andere schade, zoals boetes voor onverzekerd rijden en een schuld bij een verzekeringsmaatschappij, zijn het gevolg van eigen keuzes van verzoeker en niet van het besluit van de RDW.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker zijn schade onvoldoende had onderbouwd en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is openbaar gedaan op 8 juli 2025 door rechter M. Zoethout.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende causaal verband tussen het onrechtmatige besluit en de gestelde schade.