ECLI:NL:RBROT:2025:8820
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing forfaitair bedrag op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een forfaitair bedrag van €30.000 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen heeft dit verzoek afgewezen omdat de neerwaartse bijstelling van de kinderopvangtoeslag in 2018 en 2019 volgens haar binnen de reguliere toetsingsregels viel en buiten de reikwijdte van de Wht.
Eiser heeft bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op dat bezwaar. De Dienst Toeslagen heeft later alsnog op het bezwaar beslist en het beroep richt zich nu op dit bestreden besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat inmiddels een besluit is genomen.
De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden identiek zijn aan die in bezwaar en dat eiser geen nieuwe argumenten heeft aangevoerd waarom de beoordeling onjuist of onvolledig zou zijn. De rechtbank ziet daarom geen reden het beroep gegrond te verklaren.
De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen, maar verklaart het beroep voor het overige ongegrond. Eiser heeft geen recht op het gevorderde forfaitaire bedrag.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inhoudelijke besluit is ongegrond verklaard.