De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden voor een minderjarige geboren in 2009. De minderjarige verbleef op dat moment bij een jeugdzorginstelling en was eerder onder toezicht gesteld en tijdelijk geplaatst met gesloten jeugdhulp.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de minderjarige, haar advocaat, de ouders met een tolk en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig. De minderjarige gaf aan niet bang te zijn om naar huis te gaan en voelde zich veilig. De ouders stelden dat de thuissituatie stabiel is en stonden open voor hulpverlening. De GI uitte zorgen over het weglopen van de minderjarige en de risico's daarvan, maar erkende ook de visie van de jeugdzorg dat een thuisplaatsing met intensieve hulp de beste kans van slagen heeft.
De kinderrechter voerde een indringend gesprek met de minderjarige en concludeerde dat zij ambitieus is en verstandige keuzes wil maken. Er is geen sprake van schending van de familie-eer en de minderjarige voelt zich veilig thuis. Daarom wordt het verzoek tot gesloten jeugdhulp afgewezen. De kinderrechter benadrukte het belang van het vinden van de eigen identiteit en het behalen van diploma's voor de toekomst van de minderjarige.
Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na de uitspraak.