De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen. De minderjarige verblijft bij haar oma moederszijde, die sinds 2018 ook haar voogd is. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 12 juli 2025 en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend, maar deze is niet uitgevoerd vanwege het ontbreken van een passende plek.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, sprak de kinderrechter met de minderjarige en hoorde de standpunten van de oma en de GI. De oma ontkent een drankprobleem ondanks medische contra-indicaties en maakt zich geen zorgen over de situatie van de minderjarige. De GI benadrukt het belang van een professioneel netwerk en de zorgen over de ontwikkeling van het kind.
De kinderrechter constateert dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd, maar ook veerkracht toont. Ze hecht aan haar vertrouwde omgeving in Rotterdam en wil niet verhuizen. De kinderrechter legt de nadruk op het belang dat de oma geen alcohol drinkt en dat de behandeling en schoolloopbaan van de minderjarige worden voortgezet en gemonitord.
Gezien deze omstandigheden wordt de ondertoezichtstelling met een jaar verlengd en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Er is op dit moment geen verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De minderjarige en betrokkenen kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.