ECLI:NL:RBROT:2025:8848
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afschaffing kenneltarief hondenbelasting door gemeente Barendrecht
Eiser, eigenaar van een hondenkennel, maakte bezwaar tegen de afschaffing van het kenneltarief in de hondenbelasting door de gemeente Barendrecht, omdat hij hierdoor aanzienlijk meer belasting moest betalen. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar die het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank constateerde dat de gemeenteraad de afschaffing van het kenneltarief op basis van artikel 226 van Pro de Gemeentewet had vastgesteld en dat de besluitvorming zorgvuldig en controleerbaar was. De gemeente had de betrokken kennelhouders persoonlijk geïnformeerd en een hardheidsclausule ingevoerd om onbillijke belasting te voorkomen.
Hoewel de belastingverhoging voor eiser fors was, oordeelde de rechtbank dat deze niet zo onevenredig was dat de afschaffing onredelijk zou zijn. De politieke keuze van de gemeenteraad om het kenneltarief af te schaffen en de tarieven per hond te hanteren, is in beginsel respectabel en kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden teruggedraaid.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afschaffing van het kenneltarief hondenbelasting wordt ongegrond verklaard.