AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Rechterlijke machtiging tot voortzetting verblijf wegens progressieve psychogeriatrische aandoening
Het CIZ heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend voor een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van betrokkene, die lijdt aan Alzheimer, in een geregistreerde accommodatie op grond van artikel 24 vanPro de Wet zorg en dwang (Wzd).
Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene ernstige gedragsproblemen vertoont, waaronder wanen, hallucinaties, agressie en seksuele ontremming, waardoor ernstig lichamelijk en psychisch nadeel ontstaat voor betrokkene en de omgeving. Continu 1-op-1 begeleiding is noodzakelijk om onrust te voorkomen.
De rechtbank stelt vast dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen, en dat geen minder ingrijpende middelen beschikbaar zijn. Betrokkene verzet zich tegen de opname, maar vanwege de progressieve aard van de ziekte en het blijvende verzet wordt de machtiging voor drie jaar verleend.
De mondelinge behandeling vond plaats op 8 juli 2025, waarbij betrokkene telefonisch werd bijgestaan door zijn advocaat. De machtiging geldt tot en met 8 juli 2028. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf van betrokkene voor drie jaar tot 8 juli 2028 wegens ernstig nadeel door een progressieve psychogeriatrische aandoening.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/702253 / FA RK 25-4925
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 juli 2025 betreffende een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf als bedoeld in artikel 24 vanPro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1948,
hierna: betrokkene,
wonende te [plaats 1] ,
op dit moment verblijvende in [zorginstelling] te [plaats 2] ,
advocaat mr. P.M. Iwema te Rotterdam.
1.Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 27 juni 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 7 maart 2025;
de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [persoon A] , specialist ouderengeneeskunde, van 30 mei 2025;
de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 30 mei 2025;
een afschrift van het zorgplan van 12 mei 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 juli 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat (telefonisch);
[persoon B] , specialist ouderengeneeskunde, en [persoon C] , persoonlijk begeleider, verbonden aan [zorginstelling] .
2.Beoordeling
2.1.
Op 24 februari 2025 is door de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf verleend tot en met 24 augustus 2025. Op 27 juni 2025 heeft het CIZ verzocht een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf in een geregistreerde accommodatie te verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 WzdPro.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten Alzheimer.
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van deze psychogeriatrische aandoening tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige financiële schade, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is opgenomen na agressie en agitatie in de thuissituatie. Bij opname worden wanen, visuele hallucinaties en achterdocht en onrust waargenomen. Daarnaast is er sprake van seksuele ontremming richting personeel, waarbij betrokkene begeleiders wil aanraken en verlokkende uitspraken doet. Tevens is er verbaal dreiging richting personeel. Daarbij is betrokkene moeizaam te begrenzen. Er is continu 1-op-1 begeleiding nodig om opbouw van onrust en agitatie te voorkomen. Betrokkene is gedurende de opname overgeplaatst naar de afdeling ‘ dementie en probleemgedrag’. Daar wordt geprobeerd meer grip te krijgen op het gedrag van betrokkene, met als uiteindelijke doel een terugplaatsing naar een reguliere afdeling.
2.4.
De voortzetting van het verblijf is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is aangewezen op 24-uurs zorg met intensieve begeleiding.
2.5.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.6.
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen voortzetting van het verblijf. Tijdens de mondelinge behandeling lijkt betrokkene niet goed te begrijpen waar hij is en wat de bedoeling van het gesprek is. De specialist ouderengeneeskunde licht toe dat betrokkene op de afdeling iedere dag verbaal en fysiek verzet vertoont tegen de zorg en de opname.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf als bedoeld in de Wzd. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat betrokkene lijdt aan een progressieve ziekte. De verwachting is daarbij dat het verzet niet binnen afzienbare tijd zal verminderen. De procedure rondom de aanvraag en de mondelinge behandeling zijn erg belastend voor betrokkene. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van drie jaar.
3.Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 juli 2028.
Deze beschikking is op 8 juli 2025 mondeling gegeven door mr. P.C. Tuinenburg, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier, en op 22 juli 2025 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.