Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[persoon A] ,
2.
GERMANYDIAG LTD,
3.
[holding A] .,
4.
[bedrijf A],
5.
[VOF A] .,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- het incidenteel vonnis van 14 augustus 2024;
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
ookveel geld in de onderneming heeft gestoken. Naar het oordeel van de rechtbank hebben [persoon A] c.s. het bestaan van de hier bedoelde geldleningen evenals de omvang daarvan dan ook onvoldoende betwist, in verhouding tot de gemotiveerde onderbouwing die DWHR hiervoor heeft gegeven. Ook het bestaan en de omvang van de geldleningen aan [persoon A] en Germanydiag, staan daarmee vast.
6.De beslissing
6 augustus 2025voor akte uitlaten DWHR van maximaal zes A-4 als bedoeld in 5.19, waarna [persoon A] c.s. vier weken daarna een antwoordakte mogen nemen;