Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 juni 2025, met producties;
- de mail van 17 juni 2025 van mr. Rijswijk met 2 aanvullende producties;
- de spreekaantekeningen van mr. Claasen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak verhuurt eiseres sinds 2012 een woning aan persoon A, wiens goederen onder bewind zijn gesteld. Eiseres vordert in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens overlast en bedreigingen door persoon A. Vooruitlopend daarop vordert eiseres in kort geding de ontruiming van de woning.
De rechtbank oordeelt dat eiseres weliswaar een spoedeisend belang heeft, maar dat de vordering tot ontruiming in kort geding niet kan worden toegewezen. Hoewel persoon A ernstig tekort is geschoten als huurster door meerdere bedreigingen, acht de rechtbank het aannemelijk dat in de bodemprocedure nog een laatste kans wordt geboden om de woning te behouden.
De rechtbank weegt mee dat persoon A al meer dan twaalf jaar huurt, recent hulp heeft aanvaard en niet duidelijk is welke strafrechtelijke gevolgen de bedreigingen zullen hebben. Ook is de overlast niet structureel vastgesteld. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt in kort geding afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid van toewijzing in de bodemprocedure.