Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden met aftrek van voorarrest, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, contactverbod met aangevers, gebiedsverbod met elektronische monitoring, een inspanningsverplichting met betrekking tot het vinden en behouden van dagbesteding, meewerken aan middelencontrole en een verbod op het deelnemen aan kansspelen;
- oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contactverbod met de aangevers en een gebiedsverbod voor een periode van drie jaren;
- met bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en de maatregel.
4.Waardering van het bewijs
Feit 1 (poging tot doodslag, althans poging tot zware mishandeling)
bijnageen lucht meer kreeg.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden;
9 (negen) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
14 (veertien) dagen;
ten hoogste zes maandenbedragen;
dadelijk uitvoerbaaris;
verklaart onttrokken aan het verkeer: